In het blok tussen Raamstraat en Lange Breestraat lag vanouds het Bethlehemklooster van de Cellezusters alias Broodzusteren alias Zwarte Zusteren. |
|
| Deze in een zwart schapulier gehulde nonnen volgden de kloosterregel van Augustinus maar vielen onder de lokale bisschop. Mgr.David van Bourgondiën vroeg in 1464 het klooster Eemsteyn een overste in dit convent aan te wijzen die 'Moeder' zou zijn. De zusters beloofden maagd te blijven en kommerden zich om de zieken en de doden. Zelf mochten zij op het terrein begraven worden. Vanaf 1511 kregen zij toestemming het Heilig Sacrament in hun convent te bewaren. Bij de voor de katholieken desastreuze omwenteling in 1572 mochten deze zusters hun onmisbare werk voortzetten. In 1625 is waarschijnlijk de laatste 'moeder' Neeltken Meeus dochter, terwijl als zusters in 1628 genoemd worden Emmeken (Dirx dochter) en Aeltje (Jans dochter). |
Bethlehem is natuurlijk het (door Palestijnen bezette) dorpje in Israël vlakbij Jeruzalem waar Jezus geboren is. De naam betekent in het Hebreeuws 'huis' ('beth') van het 'brood' ('lehem').
|
|
"En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerscher zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid." Deze en andere (verdwenen) Godshuizen |
|