Religieus Erfgoed
Het jaar 2008 is uitgeroepen tot het jaar van het religieus erfgoed. Op het eerste gezicht een goed initiatief, ware het niet dat het publiekelijk vooral gaat om de lege omhulsels van vroegere kerkelijke gemeentes. Onze gelovige voorouders hebben zich vaak vele inspanningen getroost om een plaats te creëren waar zij hun God konden dienen. Zou het niet aannemelijk zijn te veronderstellen dat zij hevig verbolgen zouden zijn geweest als zij zouden hebben geweten dat hun nageslacht er een wereldse bestemming aan zou geven, soms zelfs een antichristelijke?
Misschien treft hun zelf wel blaam omdat ze door veronachtzaming van de tucht en het niet luisteren naar de 'farizeeërs' de zonde in de gemeente welig hebben laten tieren. Een ieder waar dan nog wat heilig vuur in brandt pakt zijn biezen zodat het overblijfsel steeds meer een gezelligheidsclub wordt en steeds minder een kerk. De kans is groot dat van zo'n groep weinig wervingskracht uitgaat en eveneens dat deze leden steeds minder bereid zijn tot financiële offers. Soms moeten ze overgaan tot kunstgrepen als commerciële concerten, exposities en lezingen om het hoofd boven water te houden maar wat de neerwaartse spiraal alleen maar versterkt.
U wordt er hier op gewezen dat het werkelijke religieuze erfgoed, het geloof, nog veel sterker is verwaarloosd. De Christelijke seksuele moraal, de rustdagheiliging, het gezag van de man over de vrouw, de steun aan Israël; het is door de meerderheid na WO II en de 60er jaren allemaal losgelaten. Dit zijn belangrijke symptomen van het tanende geloof van de laatste generaties. Geloofsversterkende wijsheden zijn niet meer overgedragen, zodat kinderen steeds moeilijker verklaringen voor tegenstrijdigheden tussen wereld en Waarheid konden vinden.
In een parallel proces is zichtbaar dat de welvaart in dit land is toegenomen tot een schrikbarende rijkdom. En dat dit in schril contrast staat tot de armoede elders. In plaats van God is men Mammon gaan dienen
Als kwijnende kerken niet gedeeld met- of overgedragen kunnen worden aan bevlogen kleine groepen Christenen die nu in scholen en huizen samenkomen dan moeten ze maar worden gesloopt. Ze mogen vooral niet worden prijsgegeven aan de antichrist die snel raad weet met het innemen van de door hem gehate kerken. Kijk naar wat met de Bonifatiuskerk is gebeurd of met de 'kunstkerk'. Laat de laatste gelovigen, die de kaars moeten uitblazen, de geschiedenis van hun kerk documenteren, inclusief de wonderen, en publiceren, bijv. middels een website. Maak nog een schaalmodel of een foto of iets dergelijks en haal dan het gebouw neer. Het doet even pijn, maar die pijn blijft niet decennia doorzeuren bij het passeren van wat ooit was, zoals bijv. de taskforce toekomst kerkgebouwen voorstaat.