Cellebroedersklooster


In de tijd dat er slechts één kerk bestond, de Rooms-Katholieke kerk, kwam de verscheidenheid in geloof vaak tot uiting in de verschillende kloostergemeenschappen. Daar zaten rijke bij maar ook arme, strenge en vrijzinnige, extroverte en introverte, leerstellige en charitatieve.
De broeders in dit klooster aan de Dolhuisstraat uitten hun naastenliefde vooral door zich te ontfermen over de onmaatschappelijken, 'de dollen', mensen die nauwelijks of geen verantwoordelijkheid voor hun eigen leven kunnen dragen. Reeds in 1441 staat het convent der Cellebroeders bekend als 'dulhuys'. Na de reformatie, met 1572 als Dordts scharnierjaar, verdwijnen de kloosters, vaak na confiscatie van de bezittingen. De dollen, dronkaards, leprozen, hoeren(lopers) werden nadien opgevangen aan het einde van de Vriesestraat, het Leprooshuis, en op de locatie waar nu het Dordrechts Museum staat.
Tegenwoordig wordt deze functie waargenomen door het Leger des Heils, het Boumanhuys, de Hoop, Yulius en wie weet welke nog meer. Want, ja, 'de dollen' zijn nog steeds onder ons, de evolutie van de mens gaat trager dan de wetenschappelijken zouden wensen.

In de Raamstraat zaten de Cellezusters

Deze en andere (verdwenen) kloosters/kapellen